|
Juli 2009 |
division of Archi-Europe Group |
Editoriaal
_______________________________________________________________________ |
Feiten en cijfers
Buiten het feit dat het beroep van architect veelvoudige administratieve, technische, reglementaire, financiële, economische, juridische en zelfs judicaire kwellingen bevat blijft architectuur een geweldig uitdrukkingsmiddel voor degenen die zich van deze gelegenheid meester maken. Zo drukt de architect Louis Paillard zich uit in het kader van zijn tentoonstelling in Parijs. (Galerie d’Architecture). Met zijn motto: ‘’No risk no fun !’’ (Geen risico geen plezier) betreurt hij echter een programma dat vaak banaal bepaald wordt door degenen die ‘’goochelen tussen de oppervlakte en de ruimtes, en dat voor een ruw geschat budget.” De architectuur, aangezien het daarom aan het einde draait, gaat deze in het algemeen niet door als vijfde wiel aan de wagen? Ze brengt te vaak een voorgevormde typologie voort terwijl zij voortvloeit uit een vraag van immer opvallende essentie... En nochtans! De architecten zijn talrijk in Europa! 483.000 professionelen (37% vrouwen) voor 69.800 architectenbureaus creëren een markt in de bouw geschat op 1.650 miljard euro. Deze cijfers komen van, onder andere, een groot onderzoek dat onlangs in Europa werd gehouden op verzoek van de Raad van de Architecten van Europa (CAE/ACE). Op 44.000 architecten komende uit 17 landen, hebben meer dan 8.000 personen het mogelijk gemaakt om een geheel van betrouwbare gegevens aan te bieden om zo een globaal beeld van het beroep los te maken. De feiten en cijfers van het eindverslag zijn zeer interessant voor de economische situatie ervan.
Een nieuw Europees programma zou het werk van een heel aantal architecten een boost kunnen geven. Immers, voorzien van de cofinanciëring van projecten van energiedoeltreffendheid en hernieuwbare energiebronnen, omvat het programma "Energie Intelligente - Europe 2009” een technische steun voor de levensvatbare projecten en steunmaatregelen voor de investering voor de hernieuwbare stadsenergie. Een niet onbelangrijk budget dat stijgt met meer dan 96 miljoen euro zal het zonder twijfel mogelijk maken de investeringen te versnellen van renovatieprojecten en van openbare en particuliere gebouwen. Dit programma van de Europese Unie heeft eveneens als doel het gedrag te wijzigen, de duurzame ontwikkeling te ondersteunen en tot de bescherming van het milieu bij te dragen.
Het Archi-Europe Team
|
Portret van de maand
______________________________________________________________________ |
|
 |
Mario Cucinella
More With Less
De Italiaan Mario Cucinella heeft zijn architecturale methode altijd gebaseerd op een strenge benadering van thema's in verband met het evenwicht van de natuurlijke rijkdommen. Het gesprek dat hij ons aan de Universiteit van Milaan, op dezelfde plaats van de tentoonstelling Interni Design Energies, in april laatstleden heeft toegestaan verklaart ons zijn traject, zijn keuzes en zijn projecten in verband met de duurzame ontwikkeling.
De vroegere medewerker van Renzo Piano, Mario Cucinella (1960), creëert zijn eigen agentschap in Parijs in 1992, vervolgens in Bologna zeven jaar later. Zijn grote stadsprojecten en zijn talrijke realisaties in Italië en in de wereld onthullen een grote gemeenschappelijke factor: hun geringe impact op het milieu. Zo getuigen met name het regionale agentschap voor de Bescherming van het Milieu in Ferrare, de zetel van iGuzzini Illuminazione in Recanati en de SIEEB in Peking, de zetel van een Chinees-Italiaans centrum voor opleiding en onderzoek voor de bescherming van het milieu en het behoud van de energie. En natuurlijk, het “Centrum voor Duurzame Energie Technologiën” in Ningbo, China, project prijswinnaar van MIPIM 2009 in de categorie Ecologische Bouw. Het omhulsel van het gebouw speelt een belangrijke rol in de milieustrategieën van Mario Cucinella om een interne omringende kwaliteit te verkrijgen die in staat is het energieverbruik te minimaliseren. Zijn onderzoeken zijn zeer grondig vanuit zowel een esthetisch als technisch standpunt. Zijn credo “More with Less” (Meer met Minder) verdedigt het idee van meer comfort met minder energie, minder verspilling en minder vervuiling.
Hoe omschrijft u uw architectuur?
Het is moeilijk te zeggen of het gaat om een ecologische architectuur of een architectuur in verband met de duurzame ontwikkeling. Zonder twijfel een beetje van beide, maar ze vertegenwoordigt eveneens het onderzoek naar een architectuur van kwaliteit. Het thema van de schoonheid wordt verenigd met de energieprestaties en de duurzame ontwikkeling. Trouwens, gezien vanuit een historisch standpunt heeft de architectuur altijd een nauwe band gehad met het klimaat, de cultuur, de materie en de esthetica. Wij hebben ongetwijfeld deze houding verloren die al sedert duizenden jaren voortduurd. Ik houd niet van de definitie van een zuiver ecologische architectuur, want men dreigt dan tot één segment beperkt te worden, alsof de architectuur samengesteld was uit talrijke architecturen. De kwaliteitsarchitectuur is uniek en in de nieuwe architectuur is, volgens mij, het thema duurzaamheid meegegeven in het DNA.
Wat is uw betrokkenheid bij de duurzame ontwikkeling
Ik heb er mij altijd voor geïnteresseerd. Ik ben alleen beginnen werken in 1992 in Parijs en gedurende talrijke jaren heb ik enkel internationale wedstrijden gedaan. Het eerste werk voor de Verenigde Staten poogde om een sociale leefomgeving in de ontwikkelingslanden te verwezenlijken, meerbepaald in Egypte. Het is ondenkbaar om zich voor te stellen dat de architecten geen creatief antwoord kunnen geven op de sociale leefomgeving, iets bekwaam om zich te onderscheiden van de traditionele hut uit golfplaat. Is het op die manier dat die wij als voorbeeld van uiterste creativiteit dienen in de arme landen? Het is absurd. Wij beschikken over de beste technische kennis, taalkunde en materialen. Wij hebben in alle eenvoud een diepgaand antwoord gegeven verbonden aan de plaats en de Egyptische geschiedenis. Wij hadden gedacht dat het milieuthema, het energiethema evenals het formele architectuurthema juist van daar ontstonden. Voor mij is dat altijd al zo geweest. Ik kom van een school, die van Renzo Piano voor wie ik heb gewerkt, waar wij ons niet alleen hebben bezig gehouden met de architecturale kwaliteit, maar eveneens met de kwaliteit van het licht en de ruimte. Ik heb er deze waarden geleerd. Bovendien ben ik afkomstig van een Italiaanse cultuur waar een grote traditie bestaat van technische architectuur maar ook van het milieu.
Wat zijn uw grote professionele invloeden?
Het is moeilijk te zeggen wat me het meest heeft beïnvloed. De periode met Renzo Piano is zeker heel belangrijk geweest, want in de loop van de high tech jaren, waarvan hij eveneens deel heeft uitgemaakt, heeft hij veranderingen uitgevoerd, is hij meer organisch geworden en meer verbonden met de materie. Ik hield van zijn capaciteit om zich niet in slechts één taal te vestigen, om in staat te zijn om te interpreteren... Zelfs vandaag nog word ik beïnvloed door de tekening van de landschappen en door de inheemse architectuur.
Wat is het grootste gemeenschappelijk kenmerk tussen het stadhuis van Bologne en SIEB in Peking?
Het gaat tenslotte altijd om dezelfde thema's: in Bologne en in Peking is het dragende element niet zozeer die van de milieuaspecten maar eerder de capaciteit om een openbare ruimte te creëren. In Bologne hebben de mensen onmiddellijk deze ruimte erkend als zijnde van hen. In Peking is het hetzelfde, wij hebben een open gebouw gewild dat men kan oversteken, met een tuin, water en talrijke elementen die van dit gebouw een deel van de stad maken. De architectuur slaagt erin om een echo te produceren, om de kwaliteit van de openbare ruimte te creëren. Men moet eveneens de vorm van het gebouw zien in verband gezet met de technologieën. Ik hield van het idee om op een intelligente wijze photovoltaïc te integreren in het gebouw. In dit geval gaat om het uitstekende balkons. In Bologne was dit moeilijker geweest, want het was belangrijk om een zeer dichte stadsbouw te creëren en de kantoorblokken visueel te "breken“.
Het “Centrum voor Duurzame Energie Technologiën” in Ningbo in China ontving een prijs op MIPIM 2009. Wat bezit het volgens u meer dan de andere benoemde projecten? Anders gezegd, waarom heeft uw gebouw in het bijzonder de jury verleidt?
Het verschil - ten opzichte van de andere projecten die alle van hoog niveau waren - berust misschien in het idee te zeggen dat de ecologisch architectuur niet alleen het feit is om een duurzaam gebouw te produceren, weinig gulzig in energie, maar om eveneens de schoonheid te openbaren.
Wil China een architectuur van milieukwaliteit zijn?
Ja, maar het is een moeilijk land. Wanneer men snel groeit, zoals in dit land het geval is, dan is men een beetje "verstrooid“ door de inspanning van te snel te gaan. China telt echter enorme technische bevoegdheden dankzij wetenschappers, leraren of studenten, volkomen bewust van het feit dat de toekomst verband houdt met de energie- en milieufactoren. Het terrein is zeer vruchtbaar, maar het is ook waar dat het gaat om markten die steunen op enorme speculaties. De verspreiding van het milieuconcept zal moeilijk zijn, maar wij hebben vele positive commentaren ervaren.
Hoe ziet u de toekomst van de architectuur in Europa?
Ten opzichte van de andere landen van de wereld is Europa altijd avant-garde geweest met betrekking tot cultuur en verscheidenheid. Dat is eveneens de te spelen kaart in China, Zuid-Amerika en Afrika. Wij, Europese architecten, kunnen ons vergelijken met huisartsen in staat goede adviezen te geven, de stedenbouw in ons DNA meegekregen.
Foto's
1. Mario Cucinella
2. Hoofdkantoor iGuzzini, Recanato 1997
Zonnebescherming en natuurlijke ventilatie dankzij een lichte bedekking van lamellen die een maximum aan comfort garanderen en een minimum aan energieverbruik. Het nauwkeurige doel dat het ontwerp van dit gebouw van 4 niveau's heeft begeleid. Het gebruik van onafgebroken voorgevels en zonweringen kenmerkt deze tussenkomst. Een centraal atrium laat het licht toe de tuin te filtreren en te beschermen. De tuin die het beeld van de plaats (industrieel milieu) helpt te wijzigen om het verband te onderstrepen tussen de architectuur en de natuur.
3. SIEB – Chinees-Italiaanse ecologische bouw, Peking 2003-2006
Ontstaan uit een nauwe samenwerking tussen de architect en onderzoekers / Italiaanse ingenieurs. Het gebouw, gelegen op de campus van de universiteit Tsinghua, gebruikt een ingewikkeld systeem van voorgevels in glas in eenvoudige of dubbele huid evenals photovoltaïsche panelen. De optimale vorm van de buitenkant, de extreme transparantie van de voorgevel, de controle van het aantal uren zon en het onderzoek van het licht zijn essentieel geweest om dit ecologische gebouw een maximum accumulatie van warmte in de winter en een spreiding van de warmte in de zomer te garanderen.
4. Nieuw stadhuis van Bologne, 2003-2008
De tussenkomst hergroepeert de tevoren verspreide kantoren in slechts één complex. Een reusachtig origami in buizen van aluminium contrasterend met het sombere glas van de gebouwen verbindt de drie blokken van 12, 10 en 8 verdiepingen en herneemt grootschalig de meetkundige vorm van kristal. De bedekking handelt als zonweringen die het gebouw overschaduwen en geeft opnieuw een zekere samenhang aan het complex. De meest zichtbare voorgevels worden in licht gebogen serigrafie glas verwezenlijkt. Aan de binnenkant handhaven stralingsplafonds een homogene temperatuur zonder radiatoren noch verwarmingsinstallatie.
5. Centrum voor Duurzame Energie Technologiën, Ningbo, China 2006-2008
Dit project verduidelijkt het onderzoek afkomstig van een internationale samenwerking voor de duurzaamheid. Geïnspireerd op de traditionele Chinese lampions wordt het gebouw van 22m hoogte bekleed met een dubbele huid in glas, die een sleutelrol speelt in de strategieën van de controle van de omgeving. De structuur is volledig gesloten aan de noordkant en gedeeltelijk open aan de drie andere kanten om voldoende daglicht te verkrijgen en om een systeem van dwarse ventilatie te garanderen. Het grote dak en de lichtputten brengen natuurlijk licht op alle verdiepingen.
6. Una casa per sognare (Een huis om van te dromen)
Voorgesteld op de tentoonstelling Interni Design Energies van Milaan, vertegenwoordigt het project “Een huis om van te dromen” – een huis van 100m² voor 100.000 euro, zonder CO2-uitstoot - het nieuwe rapport tussen architectuur en energieverbruik. Het concept integreert photovoltaïsche panelen, zonnereceptoren, een goede luchtcirculatie en andere passieve omgevingsstrategieën die de woonplaats bioclimatisch maken. De minimale kosten volgen uit constructieve systemen, licht en modulair geprefabriceerd of van uitneembare wanden voor de interne verdelingen.
http://www.mcarchitectsgate.it |
Project van de maand
______________________________________________________________________ |
|
 |
Interni Design Energies
Talentvolle architecten en designers zetten hun naam onder enkele opvallende installaties van de tentoonstelling Interni Design Energies, een van de sterke punten van de Milano Design Week 2009. Vanaf persoonlijke inzet - écoconstruction, écodesign, mengeling van natuurlijke materialen en van hightech-producten - hebben zij allen de uitdaging voor de verantwoordelijkheid van het milieu omhoog gebracht. Een kleine selectie van beelden van de projecten stellen de tijd van een week voor op het centrale hof van de Universiteit van Milaan.
1. Senza titolo (Zonder titel)
Rudy Ricciotti met Romain Ricciotti en Guillaume Lamoureux
Bestudeerd en ontwikkeld voor een villa in Frankrijk, staan deze dakelementen in Ductal® (beton met ultra-hoge prestaties van Lafarge) een overstek toe van 7,80 m met 3 cm dikte. Een architecturale daad en een structurele uitdaging. Burgerlijk ingenieur van vijvers en wegen, Romain Ricciotti, heeft de vorm en de dimensies omschreven in termen van een zorgvuldig werk. Elk paneel van 9,25m lengte op 2,35m breedte bestaat uit een plaat van constante dikte afgezet met twee evenwijdig lopende nerven van progressieve inertie. Hoger op het niveau van de steunen en zich verfijnend tot aan het samenkomen van de dikte van de plaat op het uiteinde. De minimale schoonheid betekent eveneens een kleiner verbruik van kwantiteit van energie en materialen, ver van de virtuositeit van de nieuwe genormaliseerde architectuur.
2. South face
Massimo Iosa Ghini met de architect Maurizio Corrado en Riccardo Rigolli
Een (kunst)werk van architectuur, een muur gerealiseerd in Ductal® betonelementen verlengt door een houten bodem zet de steun aan een spectaculaire vegetatie. De groene voorgevel stelt een verticale tuin voor die de CO2 uit de atmosfeer absorbeerd.
3. Boo-tech – BambooEcoDome
Mauricio Cardenas met Giammichele Melis en Beppino Ortile
Het hoofdmateriaal bamboe is gebruikt met een eigentijdse techniek en taal. Een godeske kathedraal creërend met een complexe geometrie, dit materiaal met snelle groei toont zijn kwaliteiten van lichtheid en veelzijdigheid met de productie in een reeks van componenten in ijzer en in glas die dienen om voorgevels of daken te ontwerpen.
4. Hot Spot
Marc Sadler
Werkend in gesloten traject, heeft de installatie als doel te tonen dat het mogelijk is om het water en de energie zo goed mogelijk te gebruiken. Het water, verzonden uit een pont voor terugwinning circuleert in een traject van vijftien zonnecollectoren, gehergroepeerd in de vorm van een zeil, het wordt verwarmd en in de regenbak verzonden. Na gefilterd te worden, wordt het naar de top gepompt waar het terug in de stroom valt.
5. Limitless color tower
Marco Piva
De vrucht van een onderzoek op het licht, de lucht, de ruimte en het welzijn, de architectuur van Piva drukt zich uit door twee huiden. De beschermende buitenste huid, die reactiveert op de omgeving, is gemaakt van 160 platen van gepolijst staal; de binnenste gevoelige huid, tactiel en kleurrijk, wordt gekenmerkt door spiegels in polycarbonaat en door de verlichte iriserende panelen van LED systemen en glazen van Murano.
6. T-Energy
Luca Trazzi
Dit project is bedoelt te bewijzen hoe zonnepanelen en structurele en decoratieve elementen zich kunnen verenigen om de absoluut noodzakelijke elementen van een gebouw te worden.
De energie die gedurende de dag wordt gecreëerd wordt tijdens de nacht gebruikt om de lichtgevende panelen aan te steken, en hierdoor een speling van schaduw en licht creëert.
|
Product van de maand
______________________________________________________________________ |
|
 |
Recticel Insulation: klaar voor de toekomst, met het massief passiefhuis concept
Het massief passiefhuis concept van Recticel Insulation is dé isolatieoplossing voor de woningbouw. Recticel Insulation heeft hiermee als innovator in isolatie toekomstgerichte oplossingen ontwikkeld om een antwoord te bieden aan de veeleisende isolatieregelgevingen.
Bij het bouwen van een passiefhuis is kwaliteitsvol en duurzaam isoleren dan ook cruciaal. Recticel Insulation is dé partner bij uitstek voor alle woningbouwisolatie, in de eerste plaats voor het bouwen van een massief passief huis. Goed isoleren doet men niet alleen omdat het goed is voor mens en milieu, het wordt ook vanuit de overheid opgelegd. Kies hierbij voor de hoogwaardige, perfect isolerende en uiterst duurzame oplossingen van Recticel Insulation. Goed isoleren is zeker niet noodzakelijk dik isoleren: door hun uitstekende isolatiewaarde zorgen de kwalitatieve isolatieplaten van Recticel Insulation, hoewel dun, licht en uitermate handig, steeds voor een optimaal resultaat.
Recticel Insulation heeft, als isolatiespecialist voor de woningbouw, een isolatieoplossing in huis voor iedereen. Zo isoleert Recticel Insulation elke woning van onder tot boven, ook voor wie niet kiest voor een passiefhuis. Of het nu gaat om nieuwbouw of renovatie, een lage energiewoning of passief huis, voor elk soort woning biedt Recticel Insulation de beste isolatieproducten aan.
Dit zijn alvast de 5 topproducten van Recticel Insulation voor de woningbouw:
- Eurowall, de smalste spouwisolatie
- Powerroof, isolatie voor hellende daken
- Eurofloor, het comfort van een geïsoleerde vloer
- Eurothane Bi-3, duurzame isolatie voor plat dak
- Eurothane G, de ideale binnenisolatie
Met de duurzame isolatieproducten van Recticel Insulation bouwt u zelf een passiefhuis, maar evengoed een lage energiewoning of woning die voldoet aan de EPB-regelgeving. PUR en PIR isolatie zijn bovendien de meest kwalitatieve en toekomstgerichte woningisolatie. Daarenboven heeft Recticel Insulation, als enige fabrikant van harde isolatieplaten, een Keymark kwaliteitslabel. Zo voldoen de producten van Recticel Insulation aan de hoogste, Europese kwaliteitsnormen.
Meer informatie over het massief passiefhuisconcept vindt u op de website en blog www.massiefpassief.be
Vraag nu onze nieuwste woningbouwbrochure aan via recticelinsulation@recticel.com
|
Wedstrijd in de kijker
_______________________________________________________________________ |
SAIE Selection '09
|

|
BolognaFiere en Archi-Europe organiseren gezamenlijk een speciale wedstrijd "SAIE Selectie 09" om 24 projecten en concepten (12 voor jonge architecten en 12 voor studenten) te selecteren die lage kosten en lage energie voorstellen bij duurzaam bouwen.
Deze 24 projecten (concepten) zullen in een hiervoor speciale tentoonstelling worden voorgesteld 'Cuore Mostra Saie 2009' in het kader van de Internationale Bouwbeurs SAIE in Bologna (Italië), die plaatsvindt van 28 oktober tot 31 oktober 2009.
De wedstrijd is open voor jonge architecten (onder 45) en voor studenten in architectuur.
Uiterste inschrijvingsdatum is 28 augustus 2009.
http://www.archi-europe.com/archi-saie-awards/ |
__________________________________________________________________________________________________________
|

|
Copyright 2009 Archi-Europe Group nv/sa
Verantwoordelijke uitgever: Jacques Allard | Redactrice: Marie-Claire Regniers
Nog geen lid van Archi-Europe? Schrijf u hier in!
Wenst u Archi-News niet langer te ontvangen, klik hier. |
|